Basisbegrippen kleur

Er bestaan veel kleuren in de paardenwereld. Lichtbruin of zwart met witte vlekken, donkere manen of zilverappels, de variaties lijken eindeloos. En soms is het moeilijk te zien welke kleur een paard precies heeft. Is een zwart paard wel echt zwart, of is het toch heel donker bruin? Waar komen de lichte manen vandaan bij een zweetvos? En hoe kan het dat een zwarte merrie en een zwarte hengst toch een vos-veulen krijgen?

008Kleurigekudde

Er is zoveel onderscheid dat het af en toe moeilijk is een paard een kleur te geven. Heel belangrijk zijn de verschillende genen die invloed hebben op de kleur. Om dit echt goed te begrijpen is het daarom belangrijk wat af te weten van erfelijksheidsleer/kleurvererving.

Basisbegrippen

  • Chromosoom: een stukje genetisch materiaal
  • Gen: dit is 1 klein onderdeel van een chromosoom, dat voor hele specifieke kenmerken zorgt
  • Allel: één van de varianten waarin een gen voor kan komen. Meestal zijn dit er twee per gen, maar voor sommige genen kunnen er meerdere verschillende allelen zijn.

Kleurvererving

De kleur van een paard wordt bepaald door het paard zijn genotype, de genen voor kleuren die het paard draagt dus.

Iedereen heeft wel over chromosomen gehoord, elk dier heeft chromosomen in zijn cellen. Chromosomen bestaan uit genen. Chromosomen komen altijd voor in paren (behalve in de geslachtscellen) en een paard heeft van ieder gen dus ook altijd twee kopieën. De verschillende kopieën die er van een gen bestaan worden allelen genoemd. Een chromosoom draagt dus een hele rij met genen, en op een chromosomenpaar komen van ieder gen twee allelen voor. De eicel en zaadcel bevatten ieder de helft van het genetisch materiaal van het ouderdier. Bij de voortplanting erft het veulen per chromosomenpaar één chromosoom van de vader, (zaadcel) en één chromosoom van de moeder, (eicel).

Homozygoot en heterozygoot

Als van een gen twee dezelfde allelen voorkomen, wordt het paard homozygoot voor de door dat gen gecodeerde eigenschap genoemd. Als hij twee verschillende allelen van het gen heeft wordt hij heterozygoot genoemd. Waarom is dit belangrijk? Als een paard homozygoot is voor een bepaald gen, weet je zeker dat het veulen dit allel altijd overerft. Als een paard heterozygoot is voor het gen, dan is er 50% kans op het doorgeven van elk van de verschillende allelen.

Hoe kun je weten of een paard homozygoot of heterozygoot is? Ten eerste; fokt een paard altijd een bepaald allel door, en heeft het andere ouderdier het niet, dan is het hoogstwaarschijnlijk dat het homozygoot is voordat gen. Let wel: de beide ouders van dit paard zullen dat gen ook moeten dragen. Een andere manier is het testen: voor veel genen is het tegenwoordig mogelijk om door een laboratorium te laten testen of een paard homozygoot of heterozygoot is.

Dominant en recessief

Allelen van een bepaald gen kunnen dominant of recessief zijn. Dominante allelen hebben maar één allel nodig om zich te tonen, recessieve allelen hebben beide allelen nodig om zich te kunnen laten zien. Als er één dominant en één recessief allel voorkomt zal het dominante allel zich uiten en is het recessieve allel niet zichtbaar. Een dominant allel wordt in de lettercode met een hoofdletter aangeduid, het recessieve gen met een kleine letter. Een dier dat homozygoot recessief is wordt dus aangeduid met aa, heterozygoot is Aa en homozygoot dominant is AA.

Let op: dominant of recessief heeft niets te maken met het doorgeven van de genen aan het nageslacht, maar alleen om de zichtbaarheid in het paard zelf. Als een ouder twee verschillende allelen heeft, maakt het veulentje 50% kans op elk van beide allelen.