Carrousel

Carrousel rijden heeft weinig te maken met de carrousels, die je op een kermis kunt tegenkomen. Er worden wel eens rondjes gedraaid (dat noemen we voltes), maar dat is dan de enige overeenkomst. Niet dus gewoon achter elkaar rijden. Er komt echt heel wat meer bij kijken!

carrousellogo kl

 

Carrouselrijden doe je met elkaar en daarom is dit ook een van de weinig teamsporten binnen het paardrijden. Het resultaat wordt bepaald door de prestatie van de groep als geheel en niet door de individuele prestaties van de afzonderlijke ruiters. Het is de bedoeling dat niemand binnen de carrouselgroep opvalt en dat de groep zoveel mogelijk één geheel vormt. De rijkunst van de deelnemers is dan ook van ondergeschikt belang. De prestatie van de groep des te meer. Als je bij de carrouselgroep komt moet je ‘er voor 100% voor gaan!’. De gezelligheid (na het rijden) staat ook hoog in het vaandel!

Wij hebben op het moment een carrouselteam. We trainen op zondag om 17.00. Hier rijden paarden en grote pony's mee. U bent altijd welkom om tijdens deze lessen te komen kijken.

 

 Kan iedereen meedoen?
Ja, eigenlijk wel. Voorwaarde is wel dat je je paard goed beheerst, zowel wat tempo betreft als de richting waar je hem opstuurt. Je moet dus al redelijk wat dressuur ervaring hebben opgedaan.

Uitleg
De ruiters rijden op zelf gekozen muziek twee aan twee en maken diverse figuren en formaties, waarbij een goede dressuur en samenwerking uiterst belangrijk zijn. De figuren hebben specifieke namen zoals klaverblad, tourniquette, visgraat of zandloper. Het showelement hierbij is groot. Dat alle ruiters en amazones exact hetzelfde gekleed moeten zijn en de paarden tot in de puntjes verzorgd spreekt voor zich.

Een carrouselteam bestaat uit 12, 16 of 18 combinaties. Als een groep uit 12 combinaties bestaat (ruiter en paard dus) Dan kun je het team weer onder verdelen in twee pelotons (van 6), en die op hun beurt ieder weer in twee secties (van 3 combinaties).

De dressuurfiguren, die worden gereden, moeten tegelijk worden uitgevoerd door de twee pelotons, de vier secties of de individuele combinaties. Het is belangrijk dat het voor de jury (bij een wedstrijd) en ook voor het publiek duidelijk is dat er een mooi symmetrisch figuur wordt gereden.

Het aparte van deze tak van de dressuursport is dat het een echte teamsport is, waarbij alle ruiters elkaar goed in de gaten moeten houden om de vaak erg moeilijke figuren te kunnen rijden.

Geschiedenis
De historie van het carrouselrijden in Europa voert terug tot de middeleeuwen bij riddertoernooien. Daarna werd het carrousselrijden (zij het niet onder die naam) veelvuldig door militairen toegepast. Het vertelt de commandant, hoe goed de bereden manschappen zijn bevelen horen en uitvoeren - en het vertelt de individuele ruiters, hoe goed ze hun paard onder controle hebben. (Het is nuttig om dat te weten, voor je met de cavalerie het slagveld oprijdt.) Bij soldaten te voet spreekt men van exerceren, bij schepen van admiraalzeilen. In Nederland werd er voor het eerst carrouselrijden beoefend vanaf ongeveer 1900, dit werd toen hoofdzakelijk gedaan als training en om discipline te kweken.

Ook was het normaal om voor termen en commando's de Franse taal te gebruiken, (overgebleven uit de Franse bezetting). Tegenwoordig mogen commando's wel in het Nederlands gegeven worden.

Het paard
Carrousselrijden is een groepsaangelegenheid, en als kuddedier werkt een paard graag samen. Veelvuldig rijdt men in de carrousel met 2 paarden naast elkaar. De jury geeft ook hogere punten, als de paarden precies 'in de pas' lopen met elkaar. Dat is precies wat paarden in de vrije natuur ook doen met hun vriendjes. Het heeft dus zin, om tweetallen uit te zoeken van paarden die elkaar aardig vinden, of in ieder geval elkaar in de buurt kunnen laten komen zonder spanning.

Ook is het van belang, dat de dieren min of meer dezelfde bouw hebben, en met redelijk gemak in hetzelfde tempo dezelfde snelheid hebben. Tempo is hier: het ritme van de beweging, bijv. het ritme, waarin de hoeven op de grond komen. Een goed doorgereden dressuurpaard kan zonder al te veel problemen zijn loopsnelheid aanpassen door te verzamelen of uit te strekken. Bij een verzamelde pas is het ritme 'gemiddeld' terwijl de snelheid laag is; bij een uitgestrekte pas is het tempo gemiddeld, terwijl de snelheid hoog is. (Verzamelen dan wel uitstekken kosten dan ook veel kracht). Een paard dat die training minder heeft, komt in de problemen als hij telkens qua snelheid harder of langzamer moet lopen dan voor hem natuurlijk is. Ook in verband met de muziek is het niet goed mogelijk om bijvoorbeeld met meerdere drafpassen dan de buurman te proberen de buurman bij te houden - de snelheid van de buurman moet gehaald worden in hetzelfde ritme - dat vereist training en spierkracht, vooral als de bouw van beide paarden grotere verschillen vertoont.

Verder is het van belang, dat ieder paard veel vertrouwen heeft in de ruiter. Van nature zal een kuddedier met plezier achter een soortgenoot aanlopen - bij carrouselrijden wordt dat patroon telkens doorbroken. Soms moet 1 paard voorop, dan weer achteraan, dan weer in een tweetal, dan weer iets anders. Als het paard zijn berijder als een goede vriend ervaart, die bovendien gezag heeft kan het dier zonder problemen leren, dat je een hoger in rang staand paard kunt passeren zonder een trap of een beet te krijgen.

Een typisch militaire manoeuvre is het 'doorlaten' - vroeger was dat aanvallen in open formatie. Dat wil zeggen: bijv. 6 paarden lopen naar het oosten - de andere 6 paarden lopen naar het westen en de paarden passeren elkaar om en om: ieder paard dat naar het westen gaat, gaat tussen 2 paarden door die naar het oosten gaan. Voor toeschouwers een prachtige manoeuvre: de 2 ruitergroepen die als het ware door elkaar heen lopen. In de lichaamstaal van het paard is het in principe een uitdaging: "ik kom bijna recht op je af - wie van ons gaat er opzij?" Enig begrip, geduld en beginnen met ruime afstanden kan veel goed doen. Is een paard hier eenmaal goed aan gewend, kan het het dier veel plezier opleveren.